Hoe schrijf ik een scriptie?
Een aantal tips voor de beginnende scriptieschrijver.
Eigenlijk is iedereen een beginnende scriptieschrijver, want een scriptie schrijf je maar 1 of 2 keer in je leven. De meeste opleidingen hebben te weinig tijd voor ‘schrijfles’ en veronderstellen dat de student dit al kan.
Hierbij een aantal adviezen:
Investeer tijd om de softwareprogramma’s te leren kennen waarvan je gebruik gaat maken tijdens het schrijven van je scriptie: meestal MS Word (incl. functies als automatisch inhoudsopgave maken; noten invoegen; stijl vastleggen); Gebruik de automatische spellingscorrector in MS Word;
Gebruik een vertaalprogramma zoals Google Translate of DeepL voor het vertalen van bronmateriaal tijdens je literatuurstudie – deze vertaling is voor je eigen begrip: je citeert je bronnen in de oorspronkelijke taal. Je kunt de vertalingen wel gebruiken om een bron te herformuleren (parafraseren) en te beschrijven in je basistekst. Deze tools helpen je ook synoniemen te vinden om gevarieerder te schrijven.
Je literatuurstudie doe je meestal in twee (of meer) stappen: eerst globaal om je onderzoeksgebied (topic) te onderzoeken en af te bakenen, te kijken wat voor onderzoek er op dat gebied al is verricht, wat jij een leuk onderwerp vindt binnen dat onderzoeksgebied. Daarna specifieker als je je onderzoeksvraag en je deelvragen hebt gesteld.
Doe nooit zomaar een bewering, maar ondersteun elke bewering met een bron die dat ook beweert. Automatiseer je bronvermelding door een goede tool te gebruiken, zoals Endnote of Mendelev. Deze kun je vaak toevoegen aan MS Word. Vraag aan je instelling volgens welk systeem je moet refereren. Voeg de referentie onmiddellijk toe tijdens het schrijven (cite-while-write principe). Dit uitstellen leidt vaak tot veel tijdverspilling, wanneer je de referentie weer moet terugzoeken.
Vraag regelmatig iemand (een medestudent; je officiële scriptiebegeleider, een vriend of familielid) je geschreven tekst door te lezen en feedback te geven via ‘wijzigingen bijhouden’ in MS Word. Ook kan feedback in een opmerking geplaatst worden. Verwerk de feedback voor het indienen van je volgende versie. Bedenk dat je scriptie niet alleen voor een academische lezer, maar voor elk redelijk geschoold mens begrijpelijk moet zijn. Leg moeilijke en vakspecifieke woorden de eerste keer uit.
Steek tijd in het maken van een gedetailleerde planning (per week bv.) voor het schrijven van je scriptie. Plan niet te strak. Als je moeite hebt gedisciplineerd te blijven, maak er een spel van en geef jezelf een traktatie na het behalen van een gesteld doel. Plan voldoende pauzes in en beperk afleiding tijdens je werk (NB social media!)
Schakel een ervaren scriptiebegeleider/schrijfcoach in wanneer je zelf onzeker bent en behoefte hebt aan meer begeleiding dan je opleiding biedt.
“Wat moet er in de inleiding van mijn scriptie staan?”
In de inleiding van je scriptie moet alles staan wat nodig is om je onderzoeksvraag te begrijpen en duidelijk maken hoe je die onderzoeksvraag daadwerkelijk gaat onderzoeken.
Je begint met het introduceren van het onderzoeksveld waarbinnen de onderzoeksvraag is ontstaan, hoe je tot je vraag bent gekomen – dus waarom je die vraag interessant vindt (je motivatie) en waarom de vraag wetenschappelijk relevant is, bv. omdat het antwoord op die vraag nog niet bekend is, of omdat er tegengestelde meningen over het antwoord op die vraag zijn. Dit geeft je gelegenheid de stand van zaken van het onderzoek tot nu toe kort toe te lichten. Je noemt hier ook kort de bronnen die belangrijk zijn voor je onderzoek en die je verderop nader toelicht. Verder beargumenteer je de maatschappelijke relevantie van het antwoord op de onderzoeksvraag – waarom is het belangrijk voor de samenleving dat deze vraag beantwoord wordt? Je stelt je onderzoeksvraag zo, dat hij niet met een simpel ja of nee te beantwoorden is. De onderzoeksvraag moet niet te breed en concreet genoeg zijn om in een scriptie van bepaalde omvang beantwoord te worden. Elk deel van de onderzoeksvraag moet begrijpelijk zijn, dus als er vaktermen in voorkomen geef je meteen in de inleiding de korte definities hiervan. Vervolgens geef je aan in welke deelvragen je hoofdvraag uiteenvalt: wat moet je eerst beantwoorden voordat je je onderzoeksvraag kunt beantwoorden? Deze deelvragen geven je scriptie meteen structuur: in hoofdstuk 1 beantwoord je de eerste deelvraag, in hoofdstuk 2 de tweede en in hoofdstuk 3 de derde (enz.). Je omschrijft ook kort de methode van je onderzoek – literatuurstudie en waar je je bronnen vindt, doe je kwalitatief of kwantitatief onderzoek, moet je een product maken om je onderzoeksvraag te beantwoorden en wat heb je hiervoor nodig? Eventueel voeg je toe wat je verwacht dat de uitkomst van je onderzoek zal zijn – je hypothese.
Deze inleiding die je aan het begin van je daadwerkelijke onderzoek schrijft (na je algemene literatuuronderzoek, maar voor je gedetailleerde literatuuronderzoek) dient als richtlijn voor je verdere onderzoek en biedt structuur. Als je onderzoek helemaal af is herschrijf je deze inleiding – soms maar heel oppervlakkig, maar soms ook vrij radicaal. Dit laatste bijvoorbeeld als je tijdens je onderzoek je onderzoeksvraag hebt moeten aanpassen. Uiteindelijk is je inleiding het laatste wat je schrijft of moet aanpassen.
“Hoe geef ik structuur aan mijn scriptie?”
De hoofdstructuur van elke scriptie bestaat uit een Inleiding, een Middenstuk en een Conclusie.
In de Inleiding schrijf je alles wat nodig is om je hoofdvraag te begrijpen en beschrijf je de structuur en methode van het onderzoek. In het Middenstuk dat meestal uit verschillende hoofdstukken bestaat beantwoord je de deelvragen waarin je hoofdvraag uiteenvalt. In je Conclusie vat je kort samen wat je in je onderzoek gedaan hebt, herhaal je de hoofdvraag en je methode om de hoofdvraag te beantwoorden en geef je een zo volledig mogelijk antwoord op je hoofdvraag. Als het niet is gelukt om je vraag helemaal te beantwoorden of als er nieuwe onderzoeksvragen zijn opgekomen naar aanleiding van je antwoord, kun je dit in een reflectie op je onderzoek kort toelichten.
Om structuur te geven aan je scriptie moet je eerst goed weten wat je wil onderzoeken. Hiervoor begin je met een literatuurstudie over een vakgebied binnen jouw opleiding waarbinnen je je scriptie wil schrijven. Je kunt beginnen bij verschillende zoekmachines om literatuur te zoeken, bv. google scholar of de zoekmachines die door je opleiding aangeraden worden, en om artikelen te lezen over dat onderwerp.
Kies binnen het bestudeerde vakgebied een deelonderwerp dat je interessant vindt. Schrijf ook op waarom je dat onderwerp interessant vindt – dit bepaalt voor een groot deel je motivatie om het schrijven vol te houden. Zoek specifieker naar artikelen die dat deelonderwerp betreffen: je komt vaak verder in je literatuuronderzoek als je de bronnen van een artikel over jouw onderwerp weer leest.
Misschien kom je binnen dat deelonderwerp kwesties tegen die jou aanspreken en waarvan je het gevoel krijgt dat die nog niet volledig onderzocht zijn. Dit is een teken van wetenschappelijke relevantie. Ook wanneer verschillende bronnen elkaar tegenspreken.
Wanneer je je onderzoeksvraag hebt geformuleerd, bedenk dan welke deelvragen je moet beantwoorden en in welke volgorde, voordat je je onderzoeksvraag kunt beantwoorden. Idealiter is je onderzoeksvraag helemaal beantwoord als je deze deelvragen hebt beantwoord. Als dit niet lukt of als het onderzoek te lang zou duren, moet je je hoofdvraag en deelvragen anders formuleren. Soms moet je een geheel nieuwe hoofdvraag bedenken. Bedenk bij elke deelvraag hoe je deze kunt onderzoeken – dit is onderdeel van je methode. De volgorde van het beantwoorden van je deelvragen bepaalt uiteindelijk de structuur van je scriptie.